Bijdrage debat bestuur­lijke ontwik­keling


20 november 2019

U wijst in de beantwoording naar een tweetal eerdere AB-vergaderingen. Met name in de AB-vergadering van 10 juli heeft de fractie van het CDA bij monde van de heer Ten Cate vraagtekens geplaatst bij de Agendacommissie en aangegeven hierin zitting te willen nemen. Dit verzoek is toen niet gehonoreerd. Ik wil bij dezen aangeven dat ook de fractie van de Partij voor de Dieren zitting wenst te nemen in de Agendacommissie. Nu fracties dit aangeven, wilt u wellicht uw reactie heroverwegen. Mevrouw Bonthuis meldt in dezelfde vergadering: “Aan de andere kant zitten er, zeker bij de technische vragen, allerlei mogelijke vragen tussen die niet raken aan de stukken die op de agenda staan, of die over heel andere dingen gaan die wel degelijk interessant genoeg zijn maar misschien niet hier.” Met hier doelt zij op de AB-vergadering.

Ik vraag me af: waar dan wel? De AB-vergadering is toch juist de vergadering bij uitstek om dergelijke vragen te bespreken. Juist in het kader van openbaarheid en transparantie. Juist in je taak als AB-lid en je rol als volksvertegenwoordiger. Maar ook om kaders te stellen en te controleren. In het voorstel zoals het er nu ligt, worden extra barrières opgeworpen. Elk stuk dat op de agenda staat, is een besluit van het AB en daar moet je als volksvertegenwoordiger over kunnen debatteren. Je moet het kunnen bespreken omdat het consequenties heeft voor betrokkenen. Voor burgers, dieren, bedrijven. Voor iedereen. In het voorstel wordt een democratisch recht van de volksvertegenwoordiging beperkt, namelijk het controleren van besluiten. Als je dat doet, moet je wel een heel goede motivatie hebben; motivatie waarom een onderwerp een hamerstuk is. Er wordt op geen enkele manier geborgd of alle partijen het wel of geen hamerstuk vinden. Hoe weten twee AB-leden en één DB-lid hoe elk AB-lid over een onderwerp denkt? De Agendacommissie heeft de afgelopen periode helemaal niet gevraagd naar de mening van de andere partijen. Een hamerstuk zou pas een hamerstuk moeten zijn als dat unaniem wordt besloten. In diezelfde vergadering van 10 juli is gesteld dat de Agendacommissie op experimentele basis plaatsvindt tot het einde van het jaar. Het lijkt me goed om met elkaar te evalueren wat wij van de werkwijze tot nu toe vinden. Ik kan me dan ook aansluiten bij de opmerking van mevrouw Bonthuis zojuist alsmede bij de reactie van de fractie Ons Water/Waterbreed om dit te bespreken tijdens de werkconferentie op 3 december aanstaande. Wij zouden hierover graag met elkaar van gedachten willen wisselen op 3 december, maar ik wilde deze denkrichting ook aan de andere leden van het AB meegeven.