Reactie op Reglement van Orde voor Commissies
Voorzitter, de Partij voor de Dieren dankt de werkgroep nieuwe werkwijze voor hun werk aan dit reglement van orde voor commissies. Wij missen er nog iets in, en dat is de mogelijkheid om burgerleden als commissievoorzitter aan te wijzen. Wettelijk gezien is het mogelijk, en praktisch gezien kan het uitkomst bieden voor het probleem van een beperkte animo onder AB-leden. Ik denk dat we het allemaal belangrijk vinden dat de rol wordt vervuld door mensen die het leuk vinden om te doen en er talent voor hebben, én dat alle fracties de mogelijkheid hebben om een commissievoorzitter te leveren, zonder dat dit automatisch betekent dat er van hun fractie geen AB-lid meer over is om op dezelfde avond het woord te voeren in een commissie. Ik wijs u er ook graag op dat burgerleden soms minstens zoveel bestuurlijke ervaring hebben als AB-leden, en dat de kwaliteit van het voorzitterschap dus in stand blijft. Het AB-beslist uiteindelijk altijd zelf wie voorzitter wordt. De Partij voor de Dieren spreekt graag haar vertrouwen uit in de burgerleden van alle partijen hier vertegenwoordigt, en wil hen graag inzetbaar hebben voor het commissievoorzitterschap.
In lijn met het standpunt dat ik zojuist heb verkondigd, heeft een burgerlid van mijn fractie zich reeds beschikbaar gesteld voor het voorzitterschap van de commissie Waterveiligheid, omdat hij denkt de commissie van dienst te kunnen zijn.
Voorzitter, dan een ander punt. De Partij voor de Dieren ziet nog grote tekortkomingen in dit reglement van orde voor commissies. De beantwoording van de technische vragen heeft ons daarin geenszins gerustgesteld.
Allereerst: dit regelement van orde zegt niets over klankbordgroepen, terwijl we die wel hebben, zoals de klankbordgroep rekenkamer. In beantwoording op technische vragen wordt gezegd dat klankbordgroepen niet door het RvO worden aangetast, en dat ze tot commissie dan wel werkgroep kunnen worden benoemd. Maar voorzitter, de aard van een klankbordgroep is anders dan die van een werkgroep, en de regels die er nu worden gesteld aan werkgroepen zoals over wie daar deel van uit zouden moeten maken, passen niet bij de manier waarop wij gebruikmaken van klankbordgroepen. En de manier waarop commissies worden ingevuld past er al helemaal niet bij. De klankbordgroep is bv. de groep die de sollicitatiegesprekken voert met potentiële leden van de rekenkamer, echt een andere activiteit dan die van commissies en werkgroepen, en de Partij voor de Dieren ziet er geen voordelen van in om deze werkzaamheden in de mal te stoppen die dit reglement maakt voor commissies en werkgroepen. Als we de mogelijkheid tot klankbordgroepen niet aan willen tasten, dan lijkt het ons belangrijk dat ze ook in ons reglement gelegitimeerd worden, en dat ze dus als categorie worden toegevoegd.
Een tweede punt. Het valt ons op dat ‘apolitiek’, zoals bij een bijdrage in de beeldvormende vergadering én zoals bij het stemmen over ordevoorstellen, gelijk wordt gesteld aan ‘per fractie’. Dat raakt in onze ogen kant noch wal. Als je iets immers aan een fractie overlaat en niet aan de individuele leden, dan maak je het toch júist politiek? Een fractie bestaat immers uit mensen die gebonden worden door hun politieke standpunten. Voorzitter, het stemmen per fractie vindt de Partij voor de Dieren een slecht idee. Binnen een fractie moet men van mening kunnen verschillen over of een stuk rijp is voor bespreking, bijvoorbeeld. Het maakt ons niet uit of dat vaak voorkomt. Het moet mógelijk zijn. We zijn hier beëdigd zonder last of ruggespraak. Ik kan en wil niet voor mijn fractiegenoot bepalen hoe hij stemt, ook niet als het onderwerp apolitiek van aard is.
Voor het quorum wordt dan wel weer naar personen gekeken in plaats van fracties. Dat snappen wij niet zo goed. We zien vanavond al dat de meeste fracties hun grootste vertegenwoordiging naar de commissie Water & Ruimte hebben gestuurd. Het scheelt maar 2 of 3 mensen en dan hadden we bij deze commissie bestuur al onder het quorum gezeten. Juist hiér zouden wij begrijpen waarom je per fractie zou kijken. Maar als je het hiér logisch vindt om te kijken naar individuele leden, dan moet je dat bij voorgenoemde punten, namelijk het bijdragen aan beeldvormende sessies en het stemmen over ordevoorstellen, toch al helemaal doen.
Ik noemde net al het spreken per fractie bij de beeldvormende sessies. Nu blijkt uit beantwoording van technische vragen dat het stellen van vragen in de beeldvormende sessie wél per individu mag. Dat staat echter niet letterlijk zo in het RvO. Dat vinden wij niet oké, het moet gewoon helder zijn. Andere zaken zijn tot in het kleinste detail vastgelegd, doe dat dan júist ook voor zaken waar discussie over kan ontstaan. Nog zoiets: wanneer er binnen het agendaoverleg onenigheid is over de agenda, wie hakt dan uiteindelijk de knoop door? Wij denken dat dit de commissievoorzitter is, maar dat staat er niet letterlijk in, en onze technische vraag wordt beantwoord met ‘Dit vergt nadere praktische afstemming tussen commissievoorzitter, portefeuillehouder en ambtelijke organisatie’. Onze vraag is: wat gebeurt er als praktische afstemming niet tot consensus leidt, wie hakt de knoop door?
Er zijn verschillende andere punten waar wij suggesties over hebben gedaan en waarvan we nog niet weten wat daarmee zal worden gedaan. Als voorbeeld: in deze versie wordt het insprekers verboden om contact te hebben met commissieleden tijdens de vergadering. Terwijl dat verbod twee kanten op zou moeten gaan, en je vooral van commissieleden moet kunnen verwachten dat zij de regels kennen en zich daarnaar gedragen. Mij lijkt dat we richting insprekers vooral verwelkomend willen zijn, zij behoren tot de zeer selecte groep van onze inwoners die het aandurft om in openbaarheid het bestuur toe te spreken, iets wat wij altijd zeggen zeer belangrijk te vinden. Dus draai het om, en verbied het commissieleden om tijdens de vergadering contact te hebben met insprekers, anders dan voor het stellen van vragen zodra de voorzitter daar gelegenheid toe geeft.
Voorzitter ik heb een vraag aan de werkgroep nieuwe werkwijze, en dat is of men omwille van de kwaliteit van het eindproduct bereid zou zijn om toch nog één iteratie van aanpassingen door te voeren en voor te leggen aan de commissie, alvorens tot besluitvorming over te gaan. Ik denk dat het anders amendementen gaan regenen, met het gevaar dat er een reglement ontstaat waar inconsistenties in ontstaan omdat we het overzicht verliezen.
Interessant voor jou
Reactie op algemene subsidieverordening
Lees verderParallel vergaderen is niet democratisch onderbouwd
Lees verder