Bere­gening en onttrekking grond­water in relatie tot droogte


Indiendatum: 28 apr. 2020

Op basis van artikel 60 van het Reglement van Orde

28 april 2020

Schriftelijke vragen van de fracties Water Natuurlijk, Natuurterreinen, PvdD aan het Dagelijks Bestuur over maatregelen tegen de droogte

Algemeen

Op het moment dat voor het waterschap het groeiseizoen, met zomerregime, inging, dus op 1 april 2020, werd het droog. Zelfs droger dan ooit tevoren, zoals in het ‘rampjaar’ 1976. Zelfs op de natste plekken in het gebied van WSBD, Moerdijk/Langeweg, Zevenbergen en Drimmelen/ Hooge Zwaluwe is het extreem droog. Zeer zorgelijk voor landbouw en voor natuur. Wij hebben de volgende vragen hierover aan het Dagelijks Bestuur:

  1. Welke maatregelen onderneemt Brabantse Delta om de droogte-aanpak voor landbouw ennatuur nu te activeren?
  2. Wij zien niet dat het waterschap de conclusies uit de droogte-evaluatie van december 2018 consequent uitvoert, of een vervolg geeft aan de resultaten van de klimaatconferentie van winter 2019 op Bouvigne. Is deze conclusie juist en zo ja, waarom wordt er niet veel meer geanticipeerd op droogtebestrijding en worden er niet veel meer preventieve maatregelen genomen?
  3. Waarom stuurt het waterschap (nog) niet de hele winterperiode op meer buffering van water? Het is immers van belang dat we voorraden water aanleggen. Voorraden kunnen door het waterschap, door natuurterreinbeheerders en agrariërs in het eigen gebied worden opgeslagen (bijv. bergboezems, robuust ingerichte natuur, infiltratie e.a.), al dan niet in de vorm van een verplichting. Ook maatregelen om het gebruik van drinkwater te beperken, bijv. om tuinen te beregenen, lijken meer dan noodzakelijk. Hoe zet het waterschap in op deze mogelijke maatregelen?
  4. Waarom is de grondwateronttrekking voor glas-, container- en substraatteelt sinds dit jaar niet meer vergunningplichtig? Juist in deze periode van klimaatverandering, met steeds warmere zomers, lijkt dit geen logische versoepeling. Is het uw inschatting dat hiermee de onttrekking afneemt? Zo ja, waarop baseert u deze verwachting? Is er een maximum aan de onttrekking voor deze teelten meegegeven?
  5. In het bijbehorende, vereiste, bedrijfswaterplan wordt vervolgens een omschrijving van een waterbesparingsplan gevraagd. Zijn er ondergrenzen aan het waterbesparingsvolume gesteld, dan wel wenselijke streefniveau’s meegegeven?
  6. Kwetsbare natte natuurgebieden (Natura 2000, natuurparels, maar ook vennen) zijn afgelopen 2 jaar ernstig aangetast door de droogte. Wat gaan het waterschap hieraan doen, bijv. via inzet van adequaat peilniveau, of verruimen van de onttrekkingsvrije zone rondom deze natuurgebieden?

Om de 0-situatie helder in beeld te hebben met elkaar, stellen wij ook de volgende vragen:

  • Kunt u aangeven op welke plekken grondwater wordt opgepompt?
  • Kunt u aangeven hoe vaak er grondwater wordt opgepompt en wanneer dit grondwater wordt opgepompt?
  • Kunt u aangeven hoeveel grondwater er totaal in de Brabantse Delta wordt opgepompt?
  • Welke maatregelen neemt u tegen illegale waterputten? Hoe vaak controleert u hierop?
  • Welke sancties zijn er bij het illegale waterputten c.q. illegaal onttrekken van water? Deelt u ook boetes uit? Zo nee waarom niet? Zo ja, hoe hoog zijn deze?
  • Verwacht u een groei in het aantal vergunningaanvragen voor het onttrekken van grondwater door de vroege droogte en daarmee meer grondwateronttrekking voor beregening van landbouwgewassen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen verwacht u voor de grondwaterstand?
  • Hoe groot is de bufferzone die u aanhoudt rond natuurgebieden?

Met vriendelijke groet,

Fractie Water Natuurlijk

Fractie Natuurterreinen

Fractie Partij voor de Dieren

Fractie PvdA

Indiendatum: 28 apr. 2020
Antwoorddatum: 19 mei 2020

Vooraf
Uw brief is alweer van enige weken geleden. Uw vragen en onze antwoorden hieronder hebben betrekking op de periode begin mei 2020. Het is inmiddels gebleken nu rond Hemelvaart dat we toch weer een droge tijd nu tegemoet gaan. Daarom is het DB nu actief bezig met de droogtebestrijding op meerdere niveau’s. Ten eerste worden vele operationele maatregelen genomen om de negatieve effecten van deze vroege en langdurige droogte op watergebruikers en natuur zo mogelijk uit te stellen, en waar mogelijk te vermeden. Het DB weegt zorgvuldig de inzet van wettelijke instrumenten zoals onttrekkingsverboden en ontheffingen af met het algemeen belang voor ogen. Ten slotte werkt het DB aan een klimaattransitie visie om het watersysteem van Waterschap Brabantse Delta veerkrachtig bij extreme droogte te maken. Dit maakt o.a. onderdeel uit van het programma Klimaat & duurzaamheid, wat op de strategische agenda van het AB staat.

Antwoord op het algemene beeld

Als we, begin mei 2020, kijken naar grondwaterstanden is het Moerdijk/Langeweg, Zevenbergen en Drimmelen/ Hooge Zwaluwe niet extreem droog, de grondwaterstanden zijn normaal voor de tijd van het jaar. De bovengrond is wel droog door de lange periode zonder regen in combinatie met de droge lucht. De bovenlaag wordt met name in kleigebieden hard en stoffig. De oppervlaktewaterpeilen zijn nu binnen de marges van het peilbesluit ( zomerpeil). Er zijn nu nog voldoende inlaatmogelijkheden.

Antwoord vraag 1 (begin mei 2020):
Voor wat betreft de structurele aanpak van de droogte bij landbouw gebieden, heeft WSBD extra stuwen in B-watergangen in de vrij afwaterende gebieden geplaatst. Voor het herstel van natte natuurparels zijn er detailontwateringen gedempt, stuwen geplaatst e/p het stuwpeil verhoogd. Wat betreft de dagelijkse operatie, heeft WSBD eind 2019 tijdelijk hogere streefpeilen ingesteld voor de gemalen en stuwen om water te kunnen vasthouden en de grondwaterreserves aan te vullen. In de vrij afwaterende zandgebieden, gedurende een groot deel van afgelopen winter, is water bewust vastgehouden, behalve in de beekdalen en gebieden die gevoelig zijn voor
wateroverlast. Na een periode van hoog water in februari tot medio maart, is het waterschap snel overgegaan naar het beschikbaar stellen van water voor nachtvorstberegening. Vervolgens is WSBD overgegaan tot het vasthouden van water. Dit hebben we zorgvuldig gedaan, ook rekening houden met de vismigratie seizoen. In de afgelopen weken zijn in de zandgebieden en beekdalen vispassages afgesloten en stuwen waar mogelijk hoger gezet om water maximaal vast te houden.

Update 20/5/2020:
De droogte bestrijding is nu in volle gang. Het waterschap heeft naast vele operationele maatregelen, ook 5 onttrekkingsverboden oppervlakte water voor beregening graslanden ingesteld. De vooruitzichten zijn slecht. Er zullen meer verboden de komende twee weken volgen. Het waterschap heeft, i.o.m. de andere Brabantse waterschappen, de toepassing van de 5%* regeling zo veel mogelijk uitgesteld om de grondwaterreserves in de attentiegebieden (Natura
2000, NNP) voor alle gebruikers te beschermen. Eind mei zal het waterschap mondjesmaat de 5% regeling toepassen alleen op de gebieden waar de nood heel groot is.
*5% regeling: ontheffing verbod op beregening met grondwater van graslanden en sportvelden tussen 1 april tot 1 juni in attentiegebieden.

Antwoord vraag 2:

Voor het operationeel beheer en beleidsmatige kaders zijn de uitkomsten van de evaluatie uit 2018 richtinggevend. We noemen enkele voorbeelden:
• De beleidskaders Waterbeschikbaarheid zijn vertaald naar operationeel handelen in de vorm van (aangescherpte) protocollen om bijvoorbeeld meer water vast te houden, doorspoelen ter beperking van blauwalgenoverlast en wateraanvoer;
• De realisatie van de Roode Vaart zorgt komende jaren voor het verruimen van de aanvoermogelijkheden voor West-Brabant en een flexibeler beheer;
• Stuwen worden/zijn opgezet om zoveel mogelijk water op de hoge zandgronden vast te houden;
• Er zijn projecten voorbereid en gestart om stuwen op de hoge zandgronden te automatiseren;
• Inrichtingsmaatregelen worden voorbereid en uitgevoerd om meer ruimte te creëren voor het vasthouden van water (i.c.m. vorige punten over het stuw en peilbeheer);
• Er is aangedrongen bij RWS om de klimaatrobuustheid van het VZM te onderzoeken;
• Met heel wat boeren zijn afspraken gemaakt over het plaatsen van drempels in kleine watergangen om ook lokaal water vast te houden (“actie drempel tegen droogte”). Inmiddels zijn er 265 drempels geplaatst en wordt er een inventarisatie gehouden onder agrariërs om 20 stuwen aan te leggen in B-watergangen in het vrij afwaterend gebied om water vast te houden.
• Er wordt nader (model)onderzoek verricht, bijvoorbeeld om de beeksystemen gedurende de zomerperiode zolang mogelijk watervoerend te houden;
• Er is een projectvoorstel ingediend om het programma “Wel goed water geven” wat loopt met de provincie, ZLTO en Brabantse waterschappen te verlengen met 3 jaar. Op die manier kunnen agrariërs een deel van de kosten vergoed krijgen van de maatregelen die ze treffen om grondwater te sparen.

Belangrijke conclusies uit de evaluatie zijn ook dat we een zekere mate van droogte zullen moeten accepteren en dat er een belangrijke rol is weggelegd voor watergebruikers om de balans tussen vraag en aanbod op orde te houden. Het waterschap voert over dit laatste gesprekken met bijvoorbeeld de agrarische sector, binnen het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Samen met de provincie, andere Brabantse waterschappen en Brabant Water wordt gewerkt aan een meer
strategisch grondwaterbeheer. Deze trajecten hebben met een langere doorlooptijd.
We stellen voor in de (eerst)volgende commissievergadering Watersystemen een uitgebreidere toelichting op de voortgang van de actiepunten uit de evaluatie droogte 2018 te geven.

Antwoord vraag 3:
Het waterschap probeert zo veel mogelijk water in het systeem in de winter vast te houden. Extra buffering kan het risico op wateroverlast vergroten.
In het kader van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, stimuleert WSBD wel agrariërs om peilgestuurde-drainage toe te passen. De implementaties hiervan in ons gebied laten zien dat buffering in de grond voor maximaal één maand watergebruik mogelijk is.
Extra grondwaterbuffers inzetten, betekent dat je (periodiek) natte zones krijgt waar geen optimaal landbouwkundig gebruik mogelijk is. Mocht dit wenselijk zijn, dan zal het grondgebruik in goed overleg met de sector aangepast / geruild moeten worden. Zo’n transitie kost tijd en investeringen.
De droogte van de laatste drie jaar benadrukken de noodzaak van zo’n transitie. De actuele situatie ondersteunt het Waterschap om deze visie tot een gedeelde ambitie te verheven in samenwerking met alle actoren in Brabant.
Natuurbeheerders zouden het doeltype van onderdelen van hun natuurterreinen kunnen aanpassen om natuurlijke buffers in te kunnen richten.

NB: Er zijn ook buffers die we doelbewust niet gebruiken om water te sparen voor droge perioden. Waterbergingsgebieden en retentiegebieden worden niet ingezet voor de opvang van water voor droger perioden omdat ze beschikbaar moeten zijn om extreme (afvoer)pieken te kunnen opvangen. Deze gebieden zijn ontworpen om alleen bij veel afvoer te vullen en lopen ook weer relatief snel leeg ( hooguit enkele dagen) om weer beschikbaar zijn bij een eventuele volgende piekafvoer. Voorbeelden zijn de bergboezems langs de Mark en retentiegebieden in stedelijke gebieden.

Stimuleringsmaatregelen voor het beperken van gebruik van drinkwater voor beregening door particulieren behoren tot de taak van drinkwaterbedrijven.

Antwoord vraag 4:
Het vervangen van de vergunningplicht door algemene regels voor een groot deel van de glas-, container- en substraatteelt door de waterschappen, volgt uit de Brabantbrede evaluatie van het beregeningsbeleid van 2018. Naar aanleiding van die evaluatie zijn door de partners (waterschappen, provincie, Brabantse Milieufederatie, terreinbeheerders en ZLTO) bestuurlijk een aantal actiepunten afgesproken, waaronder het vereenvoudigen van deze specifieke regels. Toen die bestuurlijke afspraken gemaakt zijn, hebben de partners daarbij wel de droogte van 2018 die toen heel actueel was al nadrukkelijk in hun afweging betrokken. Overigens: deze aanpassingen sluiten tevens aan bij de staande lijn van het algemeen bestuur om waar mogelijk te dereguleren.
De reden dat deze teelten bij het invoeren van het nieuwe beregeningsbeleid niet meteen onder de algemene regels kwamen te vallen, had niet te maken met een betere regulering van grondwatergebruik, maar met de geldende landelijke regels rondom waterkwaliteit en waterhergebruik voor deze teelten. Zoals de landelijke regels op dat moment waren, was maatwerk per geval nodig om tegenstrijdigheid van regels op bedrijfsniveau te voorkomen. Maatwerk kan alleen met een vergunning. Ondertussen zijn de landelijke regels zodanig veranderd, dat algemene regels wel zonder tegenstrijdigheden naast de landelijke regels kunnen bestaan. Die landelijke regels borgen bovendien al in hoge mate, en in tegenstelling tot andere teelten, zuinig watergebruik, hergebruik en gesloten waterbalansen in het bedrijf. In de praktijk maakt het voor het gebruik van grondwater bij deze teelten niet uit of de onttrekking gereguleerd wordt met een vergunning of met algemene regels. Het verschil zit in de administratieve lasten.
Wel moet opgemerkt dat voor deze en alle andere teelten die gebruik maken van grondwater, in de algemene regels grenzen gesteld zijn aan de maximale pompcapaciteit en aantal putten per bedrijf en daarmee dus aan het vermogen om grondwater te kunnen onttrekken.

Antwoord 5:
Er zijn geen besparingsvolumes als zodanig meegegeven in het model voor het bedrijfswaterplan.
Zoals gezegd borgen de landelijke regels die voor deze teelten gelden al zuinig gebruik en zitten daar dergelijke streefwaarden al in besloten. Het primaire doel van het bedrijfswaterplan is vooral om elke watergebruiker veel bewuster om te laten gaan met water en grondwater ook als laatste middel in te zetten. Specifiek voor de genoemde teelten geldt verder nog dat het waterschap al vanaf 2009 ook via andere regels op grond van de keur het opvangen van gebruiken van hemelwater dat op een kas valt stimuleert. Dat doen we enerzijds door bij nieuwbouw of wijziging een minimumcapaciteit op te vangen hemelwater voor te schrijven, en anderzijds het zo gemakkelijk en aantrekkelijk mogelijk te maken uit eigen beweging veel meer dan dat minimum te doen. Gebruik van opgevangen hemelwater beperkt immers de vraag naar grondwater. Daar is ook animo voor bij telers, omdat opvang en gebruik van hemelwater kostentechnisch aantrekkelijk is.

Antwoord 6:
Hiervoor geldt een twee sporen aanpak.
Eén spoor is het verbeteren van de hydrologische situatie om deze natuurgebieden weerbaarder en klimaatrobuuster te maken. Dat spoor bestaat weer uit verschillende delen. Zo zijn er de acties naar aanleiding van de droogte van 2018 die zojuist toegelicht zijn. Er is de aanpak van verdrogings-bestrijding waarin Natura 2000 en natte natuurparels prioriteit hebben. Dan zijn er nog de acties en projecten in het kader van het Deltaplan Hoge Zandgronden en de Zuidwestelijke Delta gericht op waterinfiltratie en -conservering. Dit gaat de komende jaren onverminderd verder en daar proberen we op allerlei manieren zo veel mogelijk voortgang te boeken. Dat neemt niet weg dat er met het komende waterbeheerprogramma een ijkmoment komt waarop het algemeen bestuur de ambities, prioriteiten en middelen voor de komende jaren tot en met 2027 gaat bepalen. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie zullen droogte, wateroverlast en waterkwaliteit in onderlinge samenhang belangrijke thema’s zijn.

Een ander spoor is het zuiniger omgaan met grondwater en daarop sturen. In het beleid dat de waterschappen nu voeren is vooraf gekeken naar mogelijk nadelige effecten van grondwateronttrekkingen op natuurgebieden en hoe die te voorkomen. Met name rondom Natura 2000- gebieden zijn door de waterschappen zones bepaald en opgenomen in de keur (Invloedsgebieden Natura 2000) waarbinnen geen nieuwe grondwateronttrekkingen of versoepeling is toegestaan. In feite wordt daar een uitsterfbeleid gehanteerd. Die zones reiken tot kilometers ver van Natura 2000-gebieden en zijn per Natura 2000-gebied specifiek bepaald. Dat is gebeurd aan de hand van nauwkeurige modelberekeningen waarbij met een stapeling van strenge criteria, en rekening houdend met de specifieke natuurdoelen en lokale situatie berekend is hoe groot een beschermde zone moet zijn, om zo op voorhand uit te sluiten dat het beregeningsbeleid enige significant nadelige effecten kan hebben op die Natura 2000-gebieden. De natuur- en milieuorganisaties, ZLTO en provincie waren overigens direct bij dat proces betrokken.
Verder is het van belang dat de provincie de strategische kaders bepaalt waaraan de waterschappen operationeel uitvoering geven. Afgelopen december heeft Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de opdracht gegeven om tot een herijking van het totale grondwaterbeleid te komen. Dus niet alleen beregening, maar ook alle andere aspecten zoals industrie en drinkwater. Dit kan een heel ander licht op het totale operationele beleid gaan geven. Het is alleen nu nog te vroeg om te speculeren wat de uitkomst van dat traject zal gaan worden en wat dat voor gevolgen gaat hebben. Tot die tijd heeft het huidige beleid voldoende waarborgen in zich om natuur te beschermen tegen de effecten van onttrekking van grondwater.

Antwoord 7.a
: Op bijgevoegd kaartje staan alle bij het waterschap bekende grondwateronttrekkingsputten. Op de blauwe locaties mag grondwater onttrokken worden onder de algemene regels op grond van de keur. Hier wordt een melding van gemaakt, waardoor deze locaties inzichtelijk zijn. Op de oranje en groene locaties mag grondwater onttrokken worden op grond van een vergunning. Het verschil tussen groen en oranje is enkel administratief.
Antwoord 7b
: We kunnen niet specifiek aangeven hoe vaak en wanneer grondwater wordt opgepompt. De onttrekker bepaalt zelf wanneer en hoe vaak grondwater onttrokken wordt. Het waterschap legt hiervoor normaal gesproken geen beperkingen op. Voor het beregenen van grasland geldt dat daar waar er onder algemene regels onttrokken wordt het waterschap een onttrekkingsverbod kan afkondigen indien de grondwaterstanden te laag zijn in het voorjaar. In de gevallen waar een vergunning is verleend, geldt in elk geval een verbod in het voorjaar in de periode van 1 januari tot 1 juni en in de periode van 1 juni tot 1 augustus tussen 11.00 uur en 17.00 uur.
Antwoord 7c
. Jaarlijks is een onttrekker verplicht de hoeveelheid aan onttrokken grondwater door te geven aan de waterschappen. Dit wordt ook wel de grondwateropgave genoemd.
Resultaten grondwateropgave over de afgelopen jaren voor waterschap Brabantse Delta:

Jaar Onttrokken hoeveelheid in miljoen m3
2014 9,08
2015 14,2
2016 10,5
2017 14,4
2018 26,6
2019 Nog niet bekend

Antwoord 7d: Het waterschap controleert tijdens droogte actief op illegale beregening. Dit kan zowel uit oppervlaktewater als grondwater zijn. Bij het aantreffen van een illegale grondwateronttrekking wordt gekeken of deze conform de geldende regels alsnog te legaliseren is.
Is dit te legaliseren, dan volgt een vergunningprocedure. Als dit niet te legaliseren is, dwingt het waterschap af dat de onttrekkingsput afgedicht wordt en daarmee de onttrekking beëindigd. Ter illustratie: i.v.m met de huidige droogte (eind april/ begin mei 2020) wordt wekelijks gecontroleerd op illegale beregening op gebieden waar een grondwatervergunning verplicht is.

Antwoord 7e: Het waterschap controleert actief bij droogte. Bij illegale grondwaterputten wordt gekeken of deze conform de geldende regels te legaliseren zijn. Als dat niet het geval is worden deze afgedicht. Bij het illegaal onttrekken van water kan een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie opgelegd worden. De bestuurlijke sanctie is bedoeld om herhaling te voorkomen. De strafrechtelijke sanctie is bedoeld om het gedrag te corrigeren. De boetes bij strafrechtelijke sancties (er zijn verschillende gedragingen die mogelijk zijn) lopen uiteen van 500 euro tot 2000 euro.

Antwoord 7f: In het algemeen geldt dat verreweg de meeste agrarische bedrijven, en zeker die op de zandgronden, al standaard beschikken over een beregeningsinstallatie. Dat is ook te zien op bovenstaand kaartje. Droogte leidt daarom niet meteen tot veel meer vergunningaanvragen. Bij droogte is er wel meer behoefte aan beregening van gewassen. Als waterschap zien wij dan slechts een lichte toename van het aantal aanvragen en/of meldingen. Als de droogte gelijk valt met het groeiseizoen (zoals 2018 en 2019), zien we wel dat de hoeveelheid aan onttrokken grondwater hoger is. Als de droogte heel vroeg of juist heel laat in het seizoen is, dan is de behoefte om te beregenen minder groot en het effect op de grondwaterstanden ook minder.

Antwoord 7g: Op grond van het huidige provinciale beleid en de provinciale Omgevingsverordening geldt rondom Natte natuurparels een zone van gemiddeld 500 meter (attentiegebieden). Rondom Natura 2000-gebieden gelden zones die op maat bepaald zijn en die variëren van enkele kilometers tot ruim 5 kilometer afstand vanaf de buitengrens van het Natura 2000 gebied.