Opinie op Inter­na­ti­onale Vrou­wendag: Repre­sen­tatie is een hoofdzaak!


Cynthia Pallandt legt uit waarom het AB had moeten vast­houden aan een gelijke man-vrouw verdeling binnen de reken­ka­mer­com­missie

8 maart 2021

We gaan weer richting Internationale Vrouwendag (8 maart). Twee jaar geleden stuurde ik voor die gelegenheid een opiniestuk naar BredaVandaag over de waterschapsverkiezingen: ‘Water is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten’. Inmiddels bestaat 30% van het Algemeen Bestuur van waterschap Brabantse Delta uit vrouwen. Dat is meer dan het ooit geweest is, maar nog steeds ondermaats. Dat is echter niet de reden dat ik opnieuw in de pen ben geklommen. Er was dit jaar namelijk weer een verkiezing: voor de Rekenkamercommissie van het waterschap. En daar ging het mis.

De Rekenkamercommissie van Brabantse Delta bestaat uit een combinatie van externe leden, en leden van het Algemeen Bestuur. Tot voor kort zaten er drie mannen en drie vrouwen in deze commissie, daar was bewust op gestuurd. Ook vanuit het Algemeen Bestuur was er een mannelijk en een vrouwelijk lid. Wendy de Koning-Bogers (PvdA) besloot met het werk te stoppen, waardoor er een vacature vrijkwam. Toen deze vacature binnen het Algemeen Bestuur werd medegedeeld, werd er direct bij vermeld dat de voorkeur uitging naar een vrouw.

Fractievoorzitters buitelden over elkaar heen om die voorkeur van tafel te vegen. Lian Korst-Dingemans (CDA) zei dat het van haar niet een vrouw hoefde te zijn, want het ging haar om de kwaliteit. Laatst reageerde Devika Partiman, oprichter van de stichting Stem op een Vrouw, op dat argument bij feministische podcast Damn, Honey: “Ja, natuurlijk gaat het om kwaliteit. Maar wat bedoel je daarmee? Kwaliteit in de politiek is dat iedereen die onderdeel van het volk is, zichzelf vertegenwoordigd ziet. En dat de politiek een afspiegeling is daarvan. En daar hoort dus bij dat er heel veel vrouwen actief zijn, gewoon de helft. En dat is beter voor de kwaliteit (…), het leidt tot andere uitkomsten, het leidt tot andere input. Het leidt tot een andere cultuur.” Manja van der Weit, gemeenteraadslid in Purmerend namens de VVD, vulde aan: “Door te zeggen ‘ja, maar het gaat toch om de kwaliteit?’ suggereer je dat er onvoldoende vrouwen zouden zijn met kwaliteit.” Maar de fractievoorzitter van de VVD, die nota bene een vrouwelijk Dagelijks Bestuurslid heeft in Brabantse Delta, viel mij niet bij. Hetzelfde gold voor Water Natuurlijk en Ons Water / Waterbreed, die beiden genoeg vertrouwen in de kwaliteit van hun vrouwelijke bestuursleden hebben om een vrouw als (vervangend) fractievoorzitter aan te wijzen. En ook de PvdA, die tot voor kort het vrouwelijke commissielid leverde, kwam er nooit meer op terug. Het kan als verraad voelen wanneer vrouwen het zelf af laten weten in de emancipatiestrijd. Maar eigenlijk is het vooral treurig. Omdat de politiek van oorsprong een masculiene wereld is, en de ambtelijke organisatie van waterschappen trouwens ook, kan het voor vrouwen heel kwetsbaar aanvoelen om hun gender(identiteit) ter sprake te brengen of van invloed te laten zijn. En dus gaan ze harder lopen, harder presteren, hun taalgebruik verharden, om maar te laat zien dat ze mee kunnen doen met de grote jongens.

De verkiezing voor de rekenkamercommissie heeft me boos gemaakt, en dat heb ik mijn medebestuurders laten weten. Ik heb hen erop gewezen dat de verkiezingsprocedure onjuist is verlopen, en dat ik het kwalijk vind dat beide Algemeen Bestuurders in de commissie nu komen uit een partij die ook in het Dagelijks Bestuur zit. Hier en daar kreeg ik wat bijval. Maar niemand vond het storend dat er zich twee mannen kandidaat stelden, en een van hen werd verkozen, terwijl er ook een geschikte vrouwelijke kandidaat meedeed. Verdorie, mag representatie nu eindelijk ook eens als hoofdzaak worden beschouwd in waterschap Brabantse Delta?